|
Betoog raad Kompaslokatie 16 dec. 2009.
Voorzitter naar aanleiding van het voorliggende stuk kunnen we stellen dat het bouwkundige deel in de Cie. R.O. uitvoerig aan de orde is gekomen. De grote lijnen daarvan bleken:
1)Maatschappelijke voorzieningen zoals scholen kunnen niet meer door dit stadsdeel gefinancierd en
gerealiseerd worden. Om dit ongemak te neutraliseren worden marktpartijen in staat gesteld om hun
eigen doelstellingen te realiseren mits zij, en passant, ook even een maatschappelijk knelpunt oplossen.
Geniaal zou je in eerste instantie denken, een pragmatische oplossing.
Toch kun je je in dit verband met recht en reden afvragen hoever we nog verwijderd zijn van schoolsponsoring met behulp van bedrijven als McDonalds en Coca Cola.
Het combineren van honderden kinderen met het woongenot van tientallen bewoners op de hogere verdiepingen kan bovendien als een weinig gelukkige kunstgreep gekenschetst worden.
2)De stadsvernieuwing van andere delen van Nieuwendam Noord-West leidt tot minder woningen met een groter ruimtegebruik.
In hoeverre doet dit nog recht aan de oorspronkelijke uitgangspunten?
Was de opdracht niet dat we moesten verdichtten om iedere inwoner aan hem of haar passende woonruimte te helpen? Zijn we inmiddels niet keihard rechts gepasseerd door de “markt”? Is het streven naar gemęleerde woonwijken met kapitaalkrachtiger bewoners inmiddels uitgedraaid op de uitverkoop van maatschappelijk kapitaal zoals de openbare ruimte?
Wie naar dit plan kijkt kan tot geen andere conclusie komen dan dat voor de zoveelste maal maatschappelijk kapitaal in verband met de grote behoefte aan individuele luxe wordt opgeofferd.
Maatschappelijk kapitaal in de vorm van een wijkpark met een ontwikkeling van 40 jaar wordt nog slecht getolereerd als omlijsting van een megalomaan en prestigieus bouwwerk. Het tableau is het belangrijkst.
Van de omwonenden wordt verwacht dat zij, betreffende dit wijkpark, deelnemen aan een participatief ontwerpproces.
Wat houdt zoiets nu eigenlijk in? Nou daar is het stedenbouwkundig plan duidelijk over.
Op blz. 39 wordt gemeld, “de openbare ruimte is op dit moment niet verder uitgewerkt dan in wensbeelden en uitgangspunten.
Al bladerend door het stedenbouwkundig plan en de nota van beantwoording komen we de volgende wensbeelden en uitgangspunten met betrekking tot het park tegen.
Er dient een nieuwe inrichting te komen.
Het park moet vernieuwd worden.
De groenstructuur is onsamenhangend.
Door de bouwontwikkelingen wint het park per saldo aan kwaliteit.
De nieuwe inrichting moet een bijdrage leveren aan de sociale veiligheid.
Intensiever gebruik moet kunnen worden opgevangen.
De kernkwaliteiten van open grasveld en grote bomen moeten sterker worden ervaren
Open groen met verspreide bomen aan de parkzijde zijn uitgangspunt.
Er wordt uitgegaan van een prominente haag met hek, als invulling van de lijst rond het park.
Voor de nieuwbouw wordt de verdere maaiveldinrichting ontruimd
Bomen worden waar nodig en gewenst verwijderd.
De bomen aan de noord-oostzijde van de bouwkavel moeten al dan niet worden opgenomen in de nader te bepalen inrichting van het wijkpark.
Er is sprake van een rommelige, onoverzichtelijke en als onveilig ervaren plek.
Het groen bij de Kimme wordt als een muur ervaren en moet open worden.
In plaats van de creatie van beschutte natuur dient de gebruiksfunctie te worden versterkt.
Kortom de toon is gezet, suggestief taalgebruik en carte blanche voor de ontwerpafdeling. Participatief ontwerpproces? Het is meer een kwestie van slikken of stikken.
|