De Grote Houtfraude.

Door Ruud.
(eerder op Facebook Y-onNoord, 29/11).

In de jaren zestig werd integraal met de woningbouwprogramma’s fors in groen geïnvesteerd.
De grootschalige nieuwbouwwijken waren doorsneden en omringd door ruime parkstroken.
Houtwallen en individuele bomen maakten daar ruimschoots deel van uit.
Het stadsdeel Amsterdam Noord was daardoor, alle bosachtige beplantingen bij elkaar opgeteld, uitgegroeid tot middelgrote boseigenaar.
De toenmalige daarvoor verantwoordelijke dienst Groenvoorzieningen deed er echter weinig mee. Deze closed shop met een personeelsbestand uitsluitend gerecruteerd op tuinbouwscholen, ontbrak het volledig aan kennis en ervaring aangaande het omgaan met bosachtige beplantingen.

Vliegenbos. Een door de aannemer transport klaar gemaakte hoeveelheid ongeschild iepenhout.


Nietsdoen was echter niet zo’n slechte optie. Na verloop van twintig jaar is een nieuwe aanplant namelijk zover uitgegroeid dat de kosten van dunningswerkzaamheden, kunnen worden gecompenseerd met de opbrengsten van het hout.
Die tijd heeft de dienst Groenvoorzieningen echter niet meer mee gemaakt. De deelraden waren inmiddels ingesteld, Groenvoorzieningen opgeheven en huppelkutjes uit de Welzijnssector en de dienst R.O. maakten in het groen de dienst uit.
Hun nergens door feiten onderbouwde oekaze was: Verticaal groen is eng, onveilig en moet weg.
Deze oekaze was niet in zoveel woorden terug te vinden in officieel door de Raad gesanctioneerde beleidsstukken, maar weggestopt in nietszeggende bijzinnetjes in andere stukken.
Dwars tegen de wensen van bewoners in, werd met behulp van katvangers, (door de Pv/dA opgerichte buurtbeheren), Noord in hoog tempo van voor tot achter kaalgeslagen.
Deze kaalslag werd niet geregistreerd in aantallen bomen zoals vereist volgens de kapverordening, maar weergegeven in vierkante meters bosplantsoen.
Dat was een vondst. Bosplantsoen is een beplantingscategorie met daarin hooguit drie jaar oude bomen. Daar is geen vergunning voor nodig. Bijkomend voordeel was dat deze benaming ervoor zorgdroeg dat men statistisch als boseigenaar onder de radar van het ministerie van landbouw bleef. Voor je het wist viel je als gemeente nog onder de Boswet ook. Het rijk had er immers alle belang bij om het Nederlandse bosbezit te registreren. Nederland kan hooguit 7% van de eigen houtbehoefte dekken en is voor het overige volledig aangewezen op import. Bepaald geen ideale situatie.
Het hoeft daarom geen betoog dat er geen sprake kon zijn van houtoogst. Want hoe zou dat kunnen als je alleen beschikt over bosplantsoen?

Een door de aannemer voor transport klaargezette hoeveelheid hout.


Maar wat gebeurde er dan met die tienduizenden kubieke meters hout die vrijkwamen bij herinrichtingen?
Financiële verantwoording aangaande inkomsten uit de exploitatie van hout ontbreekt in de boekhouding van het stadsdeel.

Pomonastraat. Geen spoor van terug te vinden in de boeken.


Dat was een van de kleinste fracties in de Raad ook opgevallen. Een serie raadsvragen volgde.
Het antwoord was verrassend. Volgens het Dagelijks Bestuur hielden aannemers die werkzaamheden uitvoerden, bij de aanneemsom rekening met de waarde van het hout en trokken zij die van de prijs af.
Is het sowieso al ongebruikelijk dat een boseigenaar, zonder zelf te meten, het aan een aannemer overlaat om de hoeveelheid en waarde van zijn hout te bepalen. Ook hoe die bepaling plaatsvond bleef in nevelen gehuld, weegbrieven en meetstaten zijn niet voorhanden.
Bovendien, noch de aannemers, noch het stadsdeel beschikken over mensen die rondhout kunnen meten of de kwaliteit daarvan bepalen.
In de praktijk bleek dat het stadsdeel vaak ook nog betaalde om het hout als afval af te voeren, of de aannemer kreeg het voor niets mee. Inmiddels hebben een aantal aannemers zelfs machines aangeschaft die in staat zijn om een volledige boom te versnipperen en ook daar wordt voor betaald.
Over opslagcapaciteit om verkoopbare hoeveelheden bij elkaar te verzamelen beschikt men al helemaal niet.
Het is treurig dat je met een potentiële markt van 900.000 mensen en als eigenaar van de meest exotische houtsoorten, niet in staat bent om ook maar één paaltje in de markt te zetten. Nog veel treuriger is het dat zelfs de laagste kwaliteit hout nog te exploiteren is als brandhout. Met een kloofmachine en een paar werkzoekenden ben je dan al gauw in staat om een budgettair neutraal stukje werkgelegenheid te scheppen.
Te veel moeite. Men gooit het liever in de versnipperaar.

Geplaatst in Stadsdeelpolitiek | Een reactie plaatsen

Ook geschikt als straatboom

Ook geschikt als straatboom, zo kan men in de catalogus van menig kweker met betrekking tot de meeste soorten bomen lezen.
Maar is dit wel zo?
Is welke boom dan ook vandaag de dag uberhaupt wel geschikt als straatboom en moeten we niet eens van het concept straatboom af omdat het de gemeentelijke groenbelastingen tot grote hoogtes opdrijft en we daar hoe langer hoe minder van terug zien in de vorm van een werkelijke ecologische -, en botanische verbetering van onze directe woonomgeving.
Straatbomen worden gemiddeld zo’n veertig jaar oud zo heb ik eens gelezen en de omstandigheden voor straatbomen zijn dan ook dermate beroerd dat mij dat niet heeft verbaasd.
De bodem van straten valt onder een regime dat mengels voorschrijft die mischien wel een stevig wegdek garanderen maar die voor bomen veel te weinig voedingsstoffen bevatten om in te kunnen leven.
Hierin wordt dan weer een kleine voorziening getroffen door de grond rondom de boom iets te verrijken waardoor de boom weer in een soort van bloempot komt te staan omringd door een door bestrating verdichte voedingsloze bodem.
Bomen en bestrating gaan toch al niet goed samen. Veel ernstige -, en kostbare schade aan bomen wordt veroorzaakt doordat bestrating in de bomen groeit en omgekeerd wordt er veel bestrating vernield doordat ze door de wortels van bomen omhoog gedrukt wordt.


Straatbomen hebben ook nog te lijden van het feit dat de kabels en leidingen meestal vlak langs de bomen worden ingegraven hetgeen praktisch garandeert dat men later nog terug zal keren om nog eens lekker in het wortelgebied van desbetreffende boom rond te wroeten en en passant nog wat wortels door te hakken.
Ook de gasleidingen vormen door lekkages een bedreiging voor straatbomen.
Er zijn duizendeneen redenen om bomen niet langs straten te zetten maar toch blijft men het doen zelfs ondanks klachten van bewoners over lichtgebrek en takken die tegen ramen groeien.
Nog een dwingende reden om af te zien van het plaatsen van bomen in straten is bijvoorbeeld het autoverkeer.
Het lijkt in de praktijk bijna niet te voorkomen dat iedere boom die langs een straat of weg wordt geplaatst vroeg of laat aanrijschade oploopt en zo’n aanrijschade is het begin van een kostbaar proces waarbij de boom (weer mede omdat hij langs een weg staat) vanwege wettelijke veiligheidsvoorschriften ieder half jaar gecontroleerd moet worden hetgeen niet alleen een gigantische administratie oplevert maar vaak ook nog eens het inhuren van kostbare experts vereist.
Om het allemaal nog wat meer geld te laten kosten kan er bij iedere straatboom ook nog een boombeschermer worden gezet hetgeen in het gunstigste geval ook weer tot regelmatig graven in de wortelvoetzone leidt.
Het onderhoud van bomen boven wegen is bovendien ingewikkelder en gevaarlijker.
Daarnaast kunnen tijdens een storm, of soms ook zomaar, takken uitbreken die dan voor gevaarlijke situaties voor het verkeer eronder kunnen zorgen. Natuurlijk doet de gemeentelijke dienst groenvoorzieningen al het mogelijke om dat te voorkomen en natuurlijk kost dat ons scheppen met geld.
Ook zijn er natuurlijk nog de regelmatige herprofileringen die straten ondergaan waarbij de aanwezige bomen de nodige risicos lopen.
Last but not least: het wegenzout dat we moeten strooien om s’winters ook over straat te kunnen gaan. Wederom geen goede combinatie, bomen en zout en ook voor dit probleem lijkt het bestuur geen antwoord te hebben hoewel dit antwoord zo simpel is.

Zet geen bomen langs straten neer en stap af van het idee dat je straten hoort aan te kleden met bomen want daar schiet niemand iets mee op. Creëer in straten op een creatieve manier groene beschermde (ecologische) havens (bv met de status van keurtuinen)  waar bomen vrijwel onderhoudsloos heel erg oud kunnen worden en waar behalve voor bomen ruimte is voor meer natuur en een passiever onderhoudsregime.
Zo kunnen we ons bomenbestand en onze steden verbeteren en behouden voor generaties die honderden jaren na ons in Amsterdam Noord zullen rondlopen en van veel meer oude bomen, planten, dieren en ruimte in hun omgeving zullen kunnen genieten dan wij nu doen en dat allemaal voor veel minder geld en met veel minder poespas.
Wat wij er als bevolking mee opschieten?
Meer groene, vrije ruimte in wijken en straten voor onze kinderen om te spelen en onze bejaarden om elkaar te ontmoeten en een forse bezuiniging op de kosten van onderhoud van ons groen.

Maar waarom zou je voor de simpelste oplossing kiezen als je uitgebreidde onderzoeken kunt laten doen om de door mij genoemde problemen ieder op zich op te lossen. Er lopen vast legio onderzoekers rond die een zout willen uitvinden waar bomen geen last van hebben en de boombeschermer kan natuurlijk nog veel verder ontwikkeld worden maar het zal de belastingbetaler alleen maar steeds meer geld gaan kosten en het blijft mijnsinziens een onduidelijk doel dienen.

Boombeschermer beshadigt Vleugelnoot Floraweg Amsterdam Noord. (Foto Google Streetview)


(Foto boven)
Boombeschermers worden ingezet om bomen die men op een plaats neerzet waar ze bijna wel aangereden moeten worden te beschermen. Dat is een kostbare zaak voor de samenleving want het gaat om heel erg veel bomen. Behalve de aanschafprijs van zo’n beschermer en de plaatsing ervan is ook hier weer een zeer uitgebreide administratie nodig om bij te houden waneer een boombeschermer moet worden verplaatst omdat bomen namelijk de eigenschap hebben dat ze steeds dikker worden en boombeschermer in de grond verankerd zijn zodat boom en boombeschermer elkaar vroeg of laat ontmoeten (zie foto boven) hetgeen dan weer verwonding van de stam tot gevolg heeft waarmee al het uitgegeven geld voor niets geweest en het kostbare controleproces wordt opgestart tot men uiteindelijk besluit de boom maar weg te halen en op dezelfde plaats een nieuwe neer te zetten met een splinternieuwe boombeschermer erbij.
Laantje in de Banne.

Laantje in de Banne

Bovenstaande foto maakte ik van een laantje in de Banne.
Dat doet toch pijn aan je ogen.
Zo maar een voorbeeld en zeker geen unieke situatie.
Iemand die zoiets bedenkt hoort niet in planalogie te werken want dat is een bodemloze put.
De enigen die hier beter van worden zijn aannemers en een legertje van boomchirurgen die de bomen tengevolge van geleden stamvoetschade te lijf gaan met theorieen en berekeningen van Shigo en die ze desnoods met röntgenstraling doorlichten teneinde hun stabiliteit te bepalen zodat men inzicht denkt te hebben in het gevaar dat ze voor hun omgeving gaan opleveren.
Nu is het beroep van boomchirurg één van de nobelste op deze schone aard maar het is niet de taak van de planologen bij de overheid om werk voor een bepaalde beroepsgroep te creëren maar om bomen te beschermen. Dat betekent naar mijn mening dat je ze niet op plekken zet waar ze als stootbumper voor passerende -, en parkerende automofielen fungeren. Het is ons aller verantwoordelijkheid om nu eindelijk eens verstandig te worden en toe te werken naar een beheersbaar duurzaam stadsgroen dat er over duizend jaar nog staat in plaats van het kostbare -, en soms gevaarlijke wegwerpgroen dat nu het straatbeeld nog bijna overal bepaalt en dat voor de toekomst geen enkel doel dient omdat het eenvoudig nooit een leeftijd zal bereiken waarop een boom echt mooi wordt voor mens en dier en omdat het, gedurende de tijd dat het er wel staat, een kostenverslindende doorn in het oog is van ieder nuchter denkend mens.
.De belangrijke besluiten blijken door planologen te moeten worden genomen en er zijn in Noord ook beslist wel plaatsen die goed in de richting komen maar dat neemt niet weg dat er ook een heleboel plekken zijn in Noord (zie bijvoorbeeld de fotos) waar op een onethische -, en geldverslindende wijze met bomen wordt omgegaan en logica in het beleid totaal lijkt te ontbreken.
De meest stuitende voorbeelden daarvan zijn meestal te vinden op parkeerplaatsen waar men om de een of andere reden heeft gemeend de pakeerhavens door een boom van elkaar te moet scheiden, vaak zelfs nog zonder een dure boombeschermer erbij. Ergens in de chain of command schijnt iemand het vreselijk belangrijk te vinden dat er bomen op parkeerplaatsen staan en dan komen ze er. Wat hun voorkeur de belastingetaler gaat kosten, daarvan lijkt men geen enkele notie te hebben.
Die bomen mogen er wat mij betreft best staan. Maar dan moeten die parkeerplaatsen weg want anders ben je belastinggeld naar de zee aan het dragen.
Wat drijft mensen tot dit soort kapitaalvernietiging. Een verwrongen en misplaatste liefde voor bomen of een dogmatisch beeld van hoe een straat of een stad er uit moet zien?
Ik hoop dat er in Noord op lokaal niveau ruimte beschikbaar komt om ons aureaal aan straatbomen op een andere manier te beheren en ik denk dat de kosten daarvan ruimschoots betaald kunnen worden uit de bezuinigingen die worden bereikt door vele tienduizenden straat -, en parkeerplaatsbomen in Amsterdam Noord gelijdelijk van de dure intensive care af te halen en op een creatieve -, en verantwoorde manier in een passend en veilig milieu te plaatsen.
Bekijk ook deze pagina eens.

Geplaatst in Straatbomen | Een reactie plaatsen